Thursday, June 28, 2007

Warm bad

Tegenwoordig sjouwt vrijwel iedereen op een meerdaagse conferentie met een laptop rond. Een groot deel van de aanwezigen, vaak meer dan de helft, moet een presentatie houden en de meesten doen dat het liefst vanaf de eigen laptop. Overheadtrasparanten zijn, in de informatica in ieder geval, geheel verdwenen. In de zaal staat niet eens meer een overheadprojector. Ik heb vernomen dat er wiskundige community's zijn (en theoretisch-natuurkundige) waar ze nog veel gebruikt worden. En verder moet je natuurlijk je email checken, je presentatie voorbereiden en je blog schrijven. Bij een gemiddelde lezing staat zeker de helft van de laptops opengeklapt en klinkt er voortdurend een zacht geritsel van toetsenborden, aanzwellend en afzwakkend als de wind door de boomtoppen op een zomerdag.

Shit! Alles wat ik hier vandaag achteraan getypt heb, is verdwenen. En dat ondanks de auto-save. Nou, dan doen we het maar overnieuw.

Net als je op straat naar automerken kijkt, kijk je hier naar de laptopmerken. En dan is er iets heel opvallends. Maandag waren er op een gegeven moment 36 mensen in de zaal en 9 daarvan hadden een Mac. Dat ging over softwarevisualisatie en dat zijn misschien mensen die veel gevoel hebben voor vormgeving en zo, dacht ik nog. Maar dinsdag was ik op een bijeenkomst over Aspect Oriented Programming en daar hadden 9 van de 16 deelnemers een Mac. In Canada is de Mac erg populair, schijnt het. Overal zwerven van die HDI naar VGA adaptersnoertjes en bij sommige sessies wordt een Mac gebruikt als de sessiecomputer (waar je je presentatie op zet om dat gewissel van laptops tussen de presentaties te voorkomen). Dan zie je een PC-gebruiker wat verbaasd kijken. Nieuwe ervaring voor mij. Het meest zie je de zilverkleurige 15 inch Mac of PowerBook. Als je dat één type noemt, is dat de meest voorkomende computer op de conferentie.

Nu vrijwel alle mensen in de zaal een laptop hebben, ontstaan er nieuwe mogelijkheden om het lezinggebeuren te verbeteren.

1. Locale projectie. De zaal waar we zitten is heel goed, op één dingetje na: het scherm hangt te laag, waardoor het onderste kwart van het scherm niet goed leesbaar is voor veel mensen. Ook zijn er wel eens tabellen of gedetailleerde visualisaties die halverwege de zaal niet goed leesbaar meer zijn. Het zou handig zijn als je deze slides (of allemaal) op je laptopscherm kunt bekijken. Misschien een leuke tentamenopgave voor Ruurd? De techniek ligt allemaal klaar.

2. Geluid. Anders ligt dat bij het volgende probleem. Na de lezing is er gelegenheid om vragen te stellen, maar vragen vanuit de zaal zijn niet altijd goed verstaanbaar (zachte stemmen, akelige accenten, etc.) Daarom is er een microfoon, maar er is geen assistent die met dat ding door de zaal rent en de voorzitter heeft daar geen zin in. Maar eigenlijk is dat niet nodig, want veel van die laptopjes hebben een ingebouwde microfoon. Zou het niet mooi zijn dat je simpelweg op de spatiebalk drukt en jouw wat je zegt wordt doorgestuurd naar een server die het weer naar de computer stuurt die aan de geuidsinstallatie zit. Is denk ik geen tentamenopgave meer. Misschien een projectje voor Industrial Design?


De conferentiezaal

Wednesday, June 27, 2007

Banff

Banff is een town (stadje, dorp?) in de Canadese Rocky Mountains, anderhalf uur van Calgary (met de auto, ja). Het ligt op 1400 m, wat het weer in deze tijd van jaar heerlijk maakt. Zeer zonnig, en toch fris. De dubbele f in de naam komt van de Schotse stichters die uit Banffshire kwamen. Inderdaad houden schotten van dubbele medeklinkers aan het eind van woorden. Gee idee waaromm. Banff dankt zijn bestaan aan de spoorweg van het oosten door de bergen naar Vancouver en de hete bronnen in de buurt. Die bronnen heb ik nog niet gevoeld, maar iedere morgen hoor je toeter van de trein opklinken uit het dal. Een prachtig geluid, dat in zijn soort alleen overtroffen wordt door het ronken van een ver vliegtuig in de nacht.

De conferentie is in het Banff Centre, een soort onferentiecentrum een eindje boven het dorp. Het is zo'n instelling die opgericht is met culturele pretenties. Er is een theater, er zijn tentoonstellingen en men heeft geprobeerd het geheel een campus-achtige uitstraling te geven. Goed gelukt, wat mij betreft*).

Het dorp is verbazend. De hoofdstraat heeft aan beide kanten een lange rij indrukwekkende winkels en restaurants. Allemaal varianten van een soort Zwitserse of Schwarzwaldachtige stijl, maar het formaat in combinatie de SUV-achtige afwerking en het rechthoekig stratenrooster (op één schuin lopende straat na die langs de rivier loopt) bederven het effect nogal. Hoewel, bederven, het is zo ver weg van authenticiteit dat het eigenlijk niet stoort. Pas toen ik op zoek ging naar een winkel waar ze hopelijk goedkope iPods zouden verkopen, raakte ik echt verbaasd. Vrijwel alle winkels zijn in feite gift shops. De ene wat meer gespecialiseerd in kleding en de ander wat meer in flessen ahornsiroop in de vorm van een maple leaf, en ongetwijfeld zijn er ook andere dingen te koop, maar de schaal van de winkels en de enorme dichtheid (op de 14 panden zijn er 10 gift shops, 2 restaurants, 1 hotel en 1 winkel in de groep diversen (mountain sports, drogist, juwelier, slijter) maakt het vervreemdend.

Het conferentiediner was in een der toplocaties van Banff: The Grizzly House. Dit is een restaurant dat eruit wil zien als een huisje dat diep in het bos verstopt is, met dikke ruwe planken en balken van gelakt blank hout. En opnieuw doet de enorme schaal van het geheel toch iets af aan het effect. Je zult er nooit je hoofd aan een balk stoten. Het restaurant is gespecialiseerd in fondue en dat moesten we weten. Voor-, hoofd- en nagerecht waren respectievelijk kaas-, vlees en chocoladefondue. Als ik dan nog vertel dat men daar de gewoonte heeft om de groot formaat wijnglazen tot de rand toe te vullen, hoef ik denkelijk niet in detail te treden over het verloop van de maaltijd. Wel één puntje voor het gevoel voor humor van de staf: als je de WC bezoekt en dan nog enigzins beduusd van de armdikke ruwhouten panelen die de hokjes scheiden het vertrek wil verlaten, zie je boven de deur een bordje "Women". Ik schrok toch even.






*
Hoe krijgt men een campusachtige uitstraling? Wel, verspreid de voorzieningen over een aantal gebouwen van verschillende omvang, een aantal zo'n vijf verdiepingen hoog, niet meer. Leg kromme paadjes aan tussen de gebouwen, over grasveldjes gelardeerd met naaldbomen. Hoogteverschil is goed. Huur studenten in die het gras maaien en laat ze hun fiets duidelijk zichtbaar op het terrein zetten. Zet niet alleen kopjes bij de koffiekannen, maar ook plastic bekers met van die rare deksels. Leg een goed en gratis draadloos netwerk aan. Zorg dat de zalen en de hotelkamers in verschillende gebouwen zijn en dan gaan er vanzelf vriendelijk ogende blanke heren en bebrilde Indiase vrouwen heen en weer lopen over de paadjes, sommigen met koffiebekers in de hand en als het weer goed is gaan ze zelfs onder een boom zitten met een laptop op de gestrekte benen.

Tuesday, June 26, 2007

Naar Banff

Zaterdagavond arriveerde ik met twee collega's op het vliegveld van Calgary. Dit vliegveld schijnt bekend te staan om de enorme afstanden die de passagiers moeten lopen. Inderdaad kwamen we op een licht gebogen gang terecht waar je steeds weer verwacht dat er achter de bocht een lopende band is, maar steeds weer is er gewoon gang. Na minuten lopen verandert er iets: je kunt naar buiten kijken. Vroeger dacht ik dat je aan het licht kan zien of het ochtend of avond is, maar nu weet ik dat niet zo zeker. Ik zou zo geloofd hebben dat het vroeg in de ochtend was, maar het was half negen in de avond.

We waren op weg naar een conferentie in Banff, een stadje in de Canadese Rocky's, een 100 km van Banff. We hadden vernomen dat er een shuttle reed en stelden ons een bus voor die ieder uur of zo heen en weer rijdt, maar het ding bleek die avond nog maar één keer te gaan, om half elf. Zou er ook twee uur over doen, dus dat viel allemaal niet mee. Bovendien was hij volgeboekt. Jazeker, je moet die shuttle via het internet boeken. Er zat niets anders op dan een auto te huren en met een vijf-uur-in-de-ochtendhoofd de Canadese avond in te rijden. Maar nu hebben we wel een Buick Allure GTL en omdat de ene collega geen rijbewijs heeft en de andere het zijne niet meegenomen heeft, is-ie eigenlijk van mij.

En het is een fijne auto. Goed, het interieur is lichtbeige (in een huurauto?) kunstleer en imitatie notenhout, en de achterkant is wat nondescript, maar de neus mag er wezen en een automaat is geweldig. Je gaat er ook rustiger van rijden. Waar je wel gek van wordt, is dat die auto allerlei verstandige dingen voor je denkt. Zo kun je de deur niet openmaken als de automaat niet in P staat. En er zijn meer van die dingen. Dan denk je te weten wat een knopje doet, en dan werkt het opeens niet. Dingen hebben geen eigen interface, maar alles hangt met alles samen. Is dat nou ambient intelligence, of juist niet?